De cultus van de persoonlijkheid
I live on Earth at present, and I don't know what I am. I know that I am not a category. I am not a thing—a noun. I seem to be a verb, an evolutionary process—an integral function of the universe." R. Buckminster Fuller
Uit ons alomtegenwoordig thuis, rustig en vredig zijn, komen verschillende driften, verbeeldingen en verordeningen voort die benadrukt en gecultiveerd willen worden door de ‘cultus van de persoonlijkheid’. De cultus van de persoonlijkheid is de wereld zoals deze door het collectief verbeeld, uitgedacht en nagestreefd wordt. Doorgaans wordt de cultus van de persoonlijkheid gedefinieerd als de wereld van het ego. Toch blijft dit een vage term voor een complex functioneren van verschillende informele en formele gedragingen, beelden en ideeënwerelden die een onderliggend angstig autoritair karakter steunen, zonder dat wij dat ons werkelijk realiseren.
Wanneer we ons ego niet geheel samen laten smelten met de cultus van de persoonlijkheid maar deze zich daarvan weet te onderscheiden als een voorlopige identiteit, dan erkennen we dat er meer bestaat dan de wereld van de vormen en ervaren we een interesse voor de vrijheid van ‘geen vorm’. Daardoor blijft er naast een zekere ambiguïteit ook een ruimtelijke dimensie voor ons bewuste zijn bestaan. Deze dimensie, die een meerwaarde of essentie van de persoonlijkheid door wil laten schijnen, wordt over het algemeen door de cultus van het persoonlijke als futiel of niet bestaand afgedaan. Hierdoor speelt er een niet aflatend soort superioriteit en inferioriteitsrelatie waar nauwelijks ruimte is voor een soort opmerkzaamheid dat zich wat meer kan distantiëren van het soort gezagsdenken dat doorgaans als normaal beleefd wordt. Als gevolg hiervan is er steeds meer sprake van obsessieve en neurotische gedragingen die de gezondheid van mens, dier en het leven in het algemeen geen goed doen..
Zonder de cultivering van een innerlijk ruimtelijke dimensie die wij ook als ‘aanwezig gewaarzijn’ kunnen definiëren, kan er nauwelijks sprake zijn van een gezond ego. Zonder instinctieve, emotionele en cognitieve intelligentie kan er geen sprake zijn van een gezond ego. Een gezond ego valt of staat met het leren kennen van het instinctieve omdat deze de basis vormt van de rede. Wanneer wij ons daarvan onbewust blijven dan is de rede niet meer dan een prostituee van het onderbewuste.
Het onderscheid leren kennen tussen de cultus van de persoonlijkheid en ‘aanwezig gewaarzijn’ is het onderscheid kunnen maken tussen ‘ik denk na en doe mijn ding, en val daar overwegend mee samen’ en ‘ik neem waar en probeer open te blijven’. Wanneer we min of meer geïdentificeerd zijn met de meer direct besloten omgeving van het lichamelijk cognitieve ego, dan ervaren we doorgaans wat met ego wordt bedoeld en wat ik hier als de cultus van de persoonlijkheid probeer te beschrijven. Bij het aanwezige gewaarzijn daarentegen spelen het waarnemen, het voelen en denken een meer warm en ruimhartiger rol. Wanneer we het onderscheid leren kennen dan weten we dat we weliswaar in de wereld zijn maar er nooit geheel mee samenvallen en er al helemaal niet slechts een onbeduidend partikel van zijn.
Als epicentrum van verschillende functies fungeert ons ego in het algemeen als een soort meetkundig en harmonie zoekend ik, die over het realistische overwegen van ons functioneren gaat. En daar hebben we het maar druk mee. Bij het ontbreken van ontspannen gewaarzijn wordt ons leven als ongedurig of verveeld ervaren, haastig en hebberig, mechanisch of instrumenteel, vol vooroordelen en moralistisch, idealistisch koud, beredenerend en ….zakelijk. Dat neemt niet weg dat verschillende van deze affecten gewoon en dikwijls noodzakelijk zijn. Het vervelende is dat deze affecten doorgaans als meest realistisch gedacht en nageleefd worden en dat zij bovendien als gangbare functies van een conventionele identiteit spelen dat niets anders kent dan het voortdurend geïdentificeerd zijn met het gezag van het zich verbeeldende en uitvoerende denken.
Het is dan ook dit ‘formele’ gedrag waar het ego doorgaans mee gelijkgesteld wordt, terwijl het meeste ervan informeel, d.w.z onderbewust is. Dit formele gedrag wil de verantwoordelijke belichaming en vertegenwoordiging zijn van een evenwichtig leven, wat volgens mij zonder de erkenning van een innerlijk ruimtelijke dimensie, onmogelijk waar gemaakt kan worden.

Steeds meer mensen ervaren de wereld als een zeer intelligente entiteit doch ook als een ingenieus soort gevangenis. De cultus van de persoonlijkheid denkt het goed af kunnen zonder de essentie van aanwezig gewaarzijn, en daarmee van een ontspannen kritische beschouwing ervan. Maar is dit wel zo?
Realistisch gezien weten we dat wij nooit volledig met de bedachte wereld samenvallen zonder een onbenoembare waarde van onze identiteit tekort te doen. Altijd blijft er een ongekendheid bestaan en daarmee van een bewust gewaarzijn dat ons voorbij de begrenzingen van cultiverende persoonlijkheid brengt. Deze ongekendheid is als een poort of opening dat ons met die innerlijk serene diepte van het leven verbindt, met de bomen en de lucht, en de lichtval van de morgen dat op het water schijnt. Deze opening geeft ons een helderder zicht op de bouwstenen van een voorgewende maatschappelijke orde dat zich altijd op bepaalde manieren wil afscheiden en verabsoluteren, en een bepaald soort transparantie verwacht wat eigenlijk neerkomt op een verdere verzwakking van de intelligentie van het waarachtige individu, om bepaalde groepen, instituten of firma’s in hun abstracte machtsregels te bekrachtigen.
Wanneer het individu geen ware vrijheid kent, vergeet het vrij gemakkelijk waar het hem of haar werkelijk om te doen is. De essentie van vrijheid vergeten of eigenlijk nooit gekend hebbende, geeft zich in feite over aan de macht der verbeelding dat zich als interne en externe macht bezighoudt met een soort zelfverafgoding, zonder de essentie van vrijheid ooit te ontmoeten. Deze interne en externe macht is dusdanig geïncorporeerd dat het de schijn van individualiteit voorwendt. Het is deze verstrengeling dat zich voortdurend met de wereld der oneindige beeldenreeksen verbindt om er een bepaald soort vrijheidsdenken uit te laten ontstaan.
Dit bepaalde soort vrijheidsdenken, dat ik hier als de cultus van de persoonlijkheid omschrijf representeert in wezen een bepaald soort zelfverachting. Dit omdat wij ons uitsluitend overleveren aan deze interne en externe macht die zich onverbrekelijk wenst te vereenzelvigen met de gangbare wereld van materiële, zinnelijke en voorgewend sociaal functionele identiteit. Is het niet deze hardnekkige identiteit die alles wil behalve die subtiele vrijheid van het nu? En vereist deze identiteit geen gezonde ego-ontwikkeling in de betekenis van een bewust gewaarzijn van het instinctieve en de daarop geënte rede?
Het beeld en idee van het ‘zich zelf worden’ wil dus het meest sprekende voorbeeld van de huidige tijdsgeest zijn. Het leven naar een spiegel van het zelf zonder de essentie van het zelf te kennen, wordt daardoor steeds sterker door het Es en Überich omgevormd tot een wereld van geavanceerde vormen en formele constructies, die in hun veelzijdige vormen weliswaar voor een geïmplementeerde vrijheid werken, maar waarin een fundamenteel kritische reflectie in samenhang met de essentie van vrijheid ontbreekt. Het gevolg hiervan is dat deze afspiegeling steeds krachtiger verdedigd door een zichzelf ziekmakend groepsdenken.
Gewaarzijn en aanwezig zijn kunnen we als de meest essentiële functies van het Es en het Überich zien, hoewel het niet echt functies zijn. Wanneer gewaarzijn en aanwezig zijn buiten het bewustzijn gehouden worden, dan worden we overgeleverd aan de conventionele en louter werktuiglijke bestuursprogramma’s die steeds excentrieker in hun aard en bedoelingen, het eeuwige nu levenslang zullen verloochenen.

Parasitaire onderneming?
Iedereen kent wel een vroegere situatie van het dagdromend in de klas zitten en dat de leraar ons wakker schudde om ons bij de les te houden. Dit bij de les blijven moest ons uit het ‘dromerige’ gewaarzijn halen. Toch zullen we in dit gewaarzijn, een aanwezigheid moeten leren kennen dat buitengewoon relevant is om verder te onderzoeken. Ik durf zelfs te stellen dat het vergeten van aanwezigheid en gewaarzijn ongekend veel problemen veroorzaakt. Bewustzijn als functionele identificatie is nodig maar de helderheid van aanwezigheid en gewaarzijn net zo goed. Deze primaire helderheid wil sinds jaar en dag door vele verdedigingsmechanismen tegengehouden zodat het leven in zijn totaliteit en in haar paradoxen onzichtbaar blijft.
Verdedigingsmechanismen functioneren als buffers die ervoor zorgen dat wij blijven functioneren en geloven in de ‘normale gang van zaken’. Omdat deze verdedigingsmechanismen echter de helderheid en waarachtige verbondenheid van ons bewustzijn vertroebelen, wordt ons leven in toenemende mate als onbevredigend, verwarrend en apocalyptisch ervaren. Het gevolg is een gevangen zijn in een wereld van wat we wel de ‘reële illusie’ kunnen noemen. dat deze wereld existentieel genoeg is om ons binnen de militante ‘pijlers’ en de daar toebehorende vecht-vlucht modus te houden, is voor iedereen voelbaar. Mijn perceptie is dat het zich nadrukkelijk baseren op deze militante ‘pijlers’ niet oprecht kan zijn omdat zij zich alliëren met een autoritair zakelijke onderneming, dat ons buiten de waarachtige mogelijkheden van een essentiële integriteit en geborgenheid houdt. Het voorwenden van veiligheid en zekerheid door deze ‘pijlers’ kan niet anders dan drogredenen verzinnen om het seculier projectmatige op gang te houden.

Het gevaar van het zich nadrukkelijk baseren op de geprojecteerde wereld van het huidig paradigmatische doen en denken is dat er een sociaalmorele orde uit ontstaat die zich in toenemende mate als een parasitaire onderneming gaat ontvouwen. In zijn obsessieve achter de eigen staart aanhollen, wil deze sociaal morele orde, van de eigen dwangvoorstellingen nog meer werk maken en er hoe dan ook aan verdienen. Oorlog en de ellende van ‘anderen’ is dan ook al sinds jaar en dag van een collectief instinct dat zich niet eenvoudig laat beschouwen, alleen al omdat de rede slechts het gevolg lijkt te zijn van het instinctieve. Dat dit schouwen overigens net zoveel energie kost, is voor dit collectieve instinct dan ook motief genoeg om zich ervan af te houden.
Er moet hoe dan ook die opening blijven, anders dooft het innerlijke licht van de mens die, wanneer eenmaal verstrikt in de draden van het stiefmoederlijk web van het instinctief verstandelijke, een grote kans heeft om een buitengewoon veelzijdig gestoord wezen te worden. .
Het gevaar van iedere cultus is altijd dat het zich als een op zichzelf bestaand tijdsbesloten circuit ervaart waarin men van alles denkt te zijn en te worden, maar nooit werkelijk zichzelf is. Geboren in sociaal-maatschappelijke structuren die ons denken te vertellen wie en wat wij zijn, wordt ‘men’ geacht zich te gedragen volgens normerende circuits die alles behalve vrij zijn. Echt vrij zijn houdt in dat er een onmiddellijk gewaarzijn speelt dat altijd echt is en die diep wezenlijke levendigheid ervaart. Dit meest authentiek zijn wordt door vele normerende patronen en noodzakelijke rollenspelen per definitie tegengewerkt om hun parasitaire onderneming voort te kunnen zetten.
Wij bevinden ons altijd min of meer in het dierlijke
Dat behavioristische programma’s ons bewustzijn betrekken in hun programmeringen, wil niet zeggen dat zij waarachtig zijn. Dat kordaat rationalisme zich denkt te funderen op zelfvervullende ‘geloofssoftware’ wil nog niet zeggen dat deze zich op werkelijke vrijheid baseren.
Wanneer we min of meer bekend zijn met onze individuele overlevingsmechanismen vanuit een vrije ruimte die niet van de begeerte is, dan zien we dat het normale functioneren van onze overlevingsfuncties, een collectieve dierlijkheid dient dat geneigd is zichzelf voor te liegen, en dikwijls de gekste capriolen moet uithalen om aan een wereldse veelkoppige ‘schijn van zijn’ te beantwoorden. En alhoewel daar ongehoord creatieve ideeën en handelwijzen uit voort kunnen komen, dienen zich net zoveel absurde zienswijzen en werkwijzen aan die iedereen meesleurt in een liefdeloze afgescheidenheid. Dit alles ten behoeve van de cultus van het persoonlijke en zijn misleidende individualisme. De cultus van het persoonlijke is slechts een term voor wat ik ook wel collectief functionalisme noem. Dit collectief functionalisme is het omvangrijke gebied van het denken en de verbeelding, waarin we ons periodiek als allround gevangene aantreffen wanneer we ons periodiek als het meest vrije zelf ervaren.

Als sociaal-maatschappelijk sluier is de cultus van het persoonlijke altijd weer geneigd zich te isoleren van het tijdloze gewaarzijn en een op waarachtigheid gebaseerde werkelijkheid.
Omdat zaken zoals macht, controle, strijd en materialisme de hardvochtige basisingrediënten betreffen van een in vele opzichten, buitengewoon gestoorde ‘menselijke’ geest, moeten we om tot werkelijk realisme en besef van het vergankelijke aspect van ons leven te komen, vanuit de kern van de zaak kijken. Deze kern is de oorsprong van ons Zijn, dat zich als een tweesprong moet leren kennen. Als gewaarzijn realiseren wij onze oorspronkelijkheid als tijdloos en als bewustzijn functioneel betrokken. Als gewaarzijn weten we ons oneindig terwijl wij ons gelijktijdig als het intentionele beginsel ervaren, dat zich in het collectief functionalisme bevindt en er zich mee kan identificeren. Deze wisselende of dubbele positie is waar wij volgens mij niet alleen dynamischer mee aan de slag moeten, maar vele zaken van moeten weigeren, eenvoudig weg om te voorkomen dat wij ten prooi vallen aan een functionalistische verdierlijking.
Het inzien van het relatieve van materiële waarden en de formele identiteiten die zich daarop beroepen, beangstigd degenen die er hun volledige beroep van hebben gemaakt. Deze angst zit zo diep dat men er alles voor over heeft zichzelf en anderen te verblinden en te manipuleren of eenvoudig weg te vernietigen. Overigens hoeft men dit niet zo dramatisch te ervaren. Want zonder het werkelijk te beseffen, legitimeren wij en hebben we ons diep verscholen achter een allround bedrijvigheid en een doorgewinterd bureaucratisch administratieve instelling, waar buiten ons gangbare weten om een buitengewoon decadente oerhonger bevestigd wordt. Wij bevinden ons in een doorgewinterd seculier dier en zijn er de organen, het geraamte, de spieren en ledematen van. Alleen door middel van ons hart ervaren we de ziel van een wereld die geneigd is samen te vallen met een werktuiglijk functionalisme. De essentie van dit hart krijgt een leven door zich de moeite te getroosten zich gewaar te zijn van het instinctief verstandelijke en er zachter mee om te gaan.

De opvatting al zouden wij door het sociaal-maatschappelijke bedrijf een daadwerkelijk vrij leven krijgen is van een drogbeeld dat zich steeds meer baseert op een deels geniaal deels diabolisch te noemen hofhouding dat ons, hoe subtiel dan ook, aan het materiële kruis wil nagelen. Het seculiere idealisme, is altijd een soort totalitarisme dat ons wil zalven en slaan zonder ons echt vrij te laten. Dit is nu eenmaal de tragiek van een brein dat zich geïdentificeerd als nooit eindigend werkproject, het instinctieve volgt zonder er zich van vrij te weten.
Het collectieve drakerige brein loopt harder dan ooit achter de vermeend eigen instinctieve staart aan. En waar een drakerige kop wordt afgehakt komen er twee bij. Hoe lossen we dit op?
Het is voor veel mensen allang duidelijk wat eenvoud is, wat het nu is, hoe het aanvoelt en hoe ongelooflijk belangrijk het is om dit transcendente gebied te ervaren in ons leven. Maar velen realiseren zich ook dat wij gebonden worden aan een overlevingsangst, sluw geïmplementeerd door de handels- en oorlogsgoden die ons als een geallieerd wereldleger zien die koste wat het kost in een vecht-vlucht mechanisme gehouden moeten worden. Daarmee dagen zij ons uit om werkelijk te kijken waar wij nu eigenlijk voor staan, maar worden enorm verblind door moderne brood en spelen en de propagandamachine.

In de greep van de hongerige geest?
Omdat er toch steeds weer ‘iets’ moet zijn waar we onze waarde aan verbinden, doet ieder van ons op verschillende wijzen hun uiterste best om er wat van te maken in de wereld van de materiële vorm. Vrijheid wordt door verschillende archetypen en inherent sociaal-maatschappelijke structuren op verschillende manieren begrepen. Maar uiteindelijk werken we voor een betekenisvolle ruimte dat we willen beschermen, een speciale plek van waarde, liefde en stilte. Maar er is zoveel aan de hand waar we steeds weer opnieuw mee moeten zien af te rekenen. Wanneer abstracte instanties en corporaties teveel de vrije hand hebben, drakerig en arrogant worden, dan worden zij als roofvissen. Dit beangstigd en vervreemd ons op allerlei manieren van het leven en elkaar. Bovendien moet er dan ineens enorm bezuinigd worden en worden de kosten op alle gebieden torenhoog. De politiek en de rechtsorde doen er vervolgens alles aan om dit te verhalen op van alles en nog wat.
Het huidige systeemdenken is vanuit het Tibetaanse boeddhisme in de greep van de hongerige geest. Deze hongerige geest doet er van alles aan om een essentieel kennen buiten het bewustzijn te houden. Dit essentieel kennen is behalve een oorspronkelijk gewaarzijn dat ons verbindt met het heden, tevens een scherpzinnig en mededogend schouwen van de bouwstenen van de maatschappij. Wanneer dit scherpzinnig en mededogend schouwen achterwege blijft en niet van invloed kan zijn dan vallen wij ten prooi aan hebzuchtige programmeringen. Huizenprijzen, voeding en ziektekosten worden steeds hoger en allerhande bezuinigingen knijpen ons verder uit. Wel zijn er tientallen miljarden voorhanden om grote concerns en banken bij te staan. Want volgens afgevaardigden zouden we het zonder hen niet redden en weten zich als slachtoffers en gigantische bedelaars op te stellen die het volk verder voor zich laat werken en hun arbeid en creativiteit verder opslokt. Wanneer dit slachtoffer en bedelaar spelen niet werkt stellen zij zich op als echte kamikazepiloten die de boel op dreigen te blazen als niet aan hun neurotische eisen voldaan wordt.

Wat betekent het voor ons wanneer we begrijpen dat de invloedrijke industrieën, bedrijven, corporaties er bij gebaat zijn gevoelens van onveiligheid bij de bevolking te creëren zodat zij ons in hun winstgerichte welwillendheid, ons met hun producten, methoden en regels van het onbehaaglijke af zullen helpen? Het zijn slechts enkele voorbeelden van hoe het Es en het Überich hun schandalig misleidende rollen uitspelen. Van een integer of oprecht ego is hier geen sprake. Hier spelen misleidende instincten een rol die het formele misbruiken.
In toenemende mate hebben we van doen met een globale oorlog tegen het leven zelf waarin wij allen betrokken worden en paradoxaal genoeg aan schuldig worden bevonden. Dollars en materiële begeerte, oneindige ‘targets’ en strijdvaardigheid op ontwortelde gronden, houden ons in de macht, terwijl angst en paranoia het directe weten en doodnormaal zijn tegenhouden.
Doordat wij in een collectieve overlevingstrance gehouden worden, wordt ons leven gedegradeerd tot een ‘iets’ dat nooit de volte van het ‘niets’ ervaart. De intersubjectieve bedrijvigheid dat vol bedrijfsgeheimen is, zorgt daar wel voor. Is het niet mede daarom dat we onmogelijk de achtergrond van wat en waar we zijn directer kunnen beleven en leven en de neurotische aspecten bij de kop kunnen pakken? Worden wij niet voortdurend achtervolgd en afhankelijk gemaakt van de wanen van de dag, van neurotische mythen en magische technologieën die onder het mom van wetenschappelijkheid de ware magie van het leven willen compenseren?
Dat mythen en technologie een voorname plaats in ons leven hebben is wat anders dan dat zij ons de essentie van alle vrijheid ontnemen en de benodigde energie ervoor ontfutselen om het hyperfunctionalisme als hoogste waarde te laten prevaleren.
De filosoof Martin Heidegger beschreef een collectief ‘men’ dat zich doorgaans niet realiseert dat men zich met dit hyperfunctionalisme identificeert, deze hongerige geest die alleen door een essentieel gewaarzijn ingezien en ontspannen kan worden.

Abstracties van abstracties
Zonder bewust gewaarzijn, worden we op drift gehouden door innerlijke en uiterlijke representaties die niet alleen de betekenis van persoonlijk en onpersoonlijk volledig omdraaien, maar ons bovenal gespleten en onverbonden houden. Het persoonlijke is dan slechts een veelheid van ‘ikken’ die voor een onpersoonlijke werktuiglijkheid werken, dat als ongekende grootheid overal en nergens is en zich voortdurend met ons wil voeden. Dit navolgen van deze ongekende grootheid schept vanzelf de globale illusie van het continue ‘zichzelf worden’ en het ‘eeuwig werken voor’ dat, of wij het nu God of het Grote Goed noemen, een ongekend idealisme zonder werkelijke thuiskomst in stand houdt.
De vraag of de identificatie met deze afspiegeling onze fundamentele echtheid bevestigd of dat deze gespiegelde cultus slechts een geprojecteerde abstractie najaagt, die als een macht op afstand een ongekende honger legitimeert en in stand houdt, kan alleen voor een werkelijk Ik een belangrijke vraag zijn. Los van dit Ik is er geen andere identiteit dat zich aanhoudend bewust kan zijn van de compromissen en contracten waar de kennelijk zo eenvoudig te loochenen vrijheid voor wordt opgegeven.
Omdat er geen sprake is van een ijkpunt of anker vanuit een oorspronkelijke stilte wil het onrustige en ongedurige onze leidraad zijn. Dit onrustige is net als het zich vervelen normaal en natuurlijk, maar kan door de cultus van het persoonlijke uitgebuit worden, uitmondend in de meest bizarre bezigheidstherapieën en bevreemdende ideologieën geen wezenlijke verbinding met het natuurlijke en cyclische leven gunnen. Het onrustige wordt door het vecht\vlucht mechanisme zo nodig nog sterker opgeschroefd opdat de drakerige conventie en zijn corporatieve bedrijfsindustriële honger bevredigd kan worden.
De cultus van het persoonlijke leeft ergens in een mentaal ideologische hemel, en handelt op basis van strijd en handelstermen waar het zo nodig miljarden mensen mee in het verderf stort. Wanneer wij niet op de hoogte zijn van de vervreemd ideologische ideeënwerelden die niets met de zoektocht van eenvoudig realisme en welzijn van de meeste individuen te maken heeft, zijn wij slechts voer voor een globale waanzin. De abstraherende geestestoestand die momenteel onze wereld leidt kan daar alleen maar doorgaan wanneer wij ons zelf voor blijven liegen,verward blijven en tegen elkaar worden opgezet.

Omdat de cultus van het persoonlijke zelf het gigantisch psychologisch en existentiële probleem vormt, wordt de mensheid in chaos en verwarring, ziekte en ongelukkig zijn gehouden. De cultus van het persoonlijke die ik als de triade van Es, Überich en het ego formuleerde is er daarom bij gebaat steeds meer vormen van veiligheid en geborgenheid te fabriceren die er de antithese ervan vormen. Oorlogje spelen wil net als de abstracties van winst en verlies, toneelspelen met onderwerpen zoals vrede en veiligheid zonder dat het de bedoeling is dat wij werkelijk doorzien hoe wij in de beeldenfabriek worden gehouden. Omdat het altijd om abstracties van abstracties gaat is ons doorzien ervan is alleen mogelijk wanneer wij ons bewuste gewaarzijn als onpersoonlijk fundament ervaren, dat genoeg ‘personality’ heeft om zich daarvan bewust te willen blijven. Ik denk dat dit de waarachtige betekenis heeft van het creëren van een ziel of een geweten.
Dat we bepaalde materiële vormen nodig hebben om de geborgenheid te waarborgen, ons veilig willen voelen en elkaar als mensen kunnen vertrouwen, wordt dikwijls misbruikt door de politieke en industriële propagandamachine dat alles op alles zet om zielen te winnen. Het gaat daarbij altijd om abstraherende investeringen die elitair zijn, in de betekenis van door ijdelheid geleid en niets van doen hebben met de vrijheid van de massa. Wat wij moeten leren begrijpen is dat het maatschappelijke leven niet door vrede geleid wordt, maar door een onderstroom van onbehagen, oorlog, strijd en competitie. En of het nu om meer geld, wapens, ziektebeelden of medicijnen gaat, is om het even. Het gaat erom maximale winsten op te strijken, allerhande problemen te creëren en profetieën zonder ziel te genereren die ons niet alleen afleiden van de kern van de zaak, maar ons voortdurend terroriseren en bedonderen met gefabriceerde beelden die de realiteit vervormen.

De huidige formele ideeënwerelden en kordate moraalgeesten maken het er niet beter op. Hun agenda’s en verbeterprogramma’s hebben weinig tot niets te maken met de vrijheid van het levende individu dat steeds meer in een verwrongen werkethos geperst wordt waar hij of zij zich niet van kan bevrijden. Omdat het seculiere en religieuze leven zich op listige magische en mythische constructies en technologie gebruikt om zich verder in te vreten in onze ziel, speelt er een aangeleerde en nagevolgde macht die zonder het te beseffen ons wil isoleren van ons natuurlijke vrij zijn met inbegrip van ons rijke gemoedsleven en vrije instincten die met deze vrijheid verbonden zijn. Op een en hetzelfde moment keren een bepaald soort gemoedsleven, in diabolische samenwerking met een bepaald soort rationalisme, zich van deze vrijheid af. Deze omsingelen als het ware de collectieve patronen die de cultus van het persoonlijke zo’n naargeestige sfeer geven en ons multidisciplinair aftakelt.
Gezonde boosheid en frustratie hierover moeten worden gesublimeerd. De cultus van het persoonlijke teert dan ook in grote mate op wat wel reactieformatie genoemd wordt. Het zich baseren op de reactieformatie, waarbij veel gezegd en gedaan wordt dat nauwelijks iets te maken heeft met de omstandigheden zelf, wijkt voortdurend af van wat werkelijk is. Omdat men zich voortdurend inhoudt, aanpast enzovoorts, weet men op een gegeven moment niet meer wat werkelijkheid is omdat me zich geheel en al baseert op representaties en niet op authentieke gevoelens en instincten. Men is als een abstractie van zichzelf dat zich baseert op een overdreven soort formele aanpassing aan het collectieve. Zo gezien functioneert de reactieformatie op een gigantische afstand van onze instincten en de gezonde gevoelswereld die daarbij hoort.
Door deze collectieve gehorigheid worden er agenda’s gevoed die niets met waarachtigheid te maken hebben. Dit wordt vervolgens als een collectieve dienstbaarheid uit naam van de reactieformatie onderbouwt en nagevolgd. Dit kan nauwelijks op integriteit gebaseerd zijn. Wat staat ons te doen wanneer we zien hoe we door ‘onze’ instincten verleid en omgebogen worden, die volgens representaties en plaatjes een eigen leven leiden behalve die van onszelf? Dat een intieme betekenis van de distantie, die ons zeer dierbaar zou moeten zijn, gebruikt wordt om ons aan te passen, kost behalve dat het ons verschrikkelijk veel energie kost, meer dan ons ooit lief kan zijn.

Tot rust te komen in eenvoud van het schijnbare niets
Corporatisme is er bij gebaat samenlevingen op de voor hen gewenste manieren te laten reageren. Het kan dit doen omdat mensen natuurlijk vertrouwen willen hebben in maatschappelijke structuren en willen bouwen op sociaal morele dogma’s en doctrines. Omdat we afhankelijk gemaakt worden van instituten zoals banken, de staat, de medische industrie, de internationale handel en religieuze instellingen die stuk voor stuk steeds hongeriger worden, worden ook wij hongerig gehouden en op stang gejaagd. Zij zijn afhankelijk van ons en doen er heimelijk alles aan om onze ziel te winnen.
Dit gebonden aan en bevangen zijn door deze institutionaliserende vormen en aan het denken in het algemeen, wordt in de mythologie en in de Bijbel beschreven als het gevecht tegen de Draak en of het Beest. Ik begrijp en neem deze archetypen waar als bepaalde representaties van onze instincten die door ons ego bevochten worden of zich nauwelijks tegen kan of hoeft te verweren. Misschien omdat het machteloos of onwetend is ten aanzien van het Es en het Überich of omdat zij volgens het reguliere denken redelijkerwijs functioneren. Dat hoeft dus niet zozeer met welzijn te maken te hebben. Misschien speelt er een overlevingskwestie van een paar enkele individuen of instellingen en hun welvaart, waar wij als groepsgebonden ego’s aan denken te moeten verbinden.
Al met al geloof ik dus niet zozeer in het spirituele weglaten vallen van het ego. Ik geloof in een gezond ego dat bekend moet zijn met de concepten van de Draak en het Beest. De Draak en het Beest wil ik hier matchen met Freud’s didactische nuttige termen van het Überich en het Es. Deze instinctieve functies zijn verstrengeld met wat ik het magische en mythische noem. Ik gebruik deze termen zowel in de diepte als in de breedte. Ik herken in deze magische en mythische niveaus bijvoorbeeld alles wat als religieus en wetenschappelijk door wil gaan. maar ook de wereld van de technologie en de sociaal-maatschappelijke bouwstenen die als zakelijke en politieke denksystemen pretenderen zich over morele kwesties te kunnen buigen. In feite begunstigen zij net als wij de excessieve expansie van het Es en het Überich dat zich in onze tijd als een supergeavanceerd technocratisch beest ontwikkeld heeft. Dit instinctieve laat zich net als aanwezig gewaarzijn, moeilijk kennen. het ontspannen ervan zal ons meer dan genoeg bekend maken met wij werkelijk nodig hebben.

Vanuit aanwezig gewaarzijn kunnen wij een materieel kruis gewaarworden waarbij de levenslange vraag of dit kruis onze vrijheid begunstigd dan wel een gevangenschap betekent, een levend gebeuren kan blijven. En ik hoor u meedenken dat dit niet zomaar het geval wil zijn. Wij onderschatten het Es en het Überich en zijn daardoor geneigd de werkelijke schat mis te lopen.
Zolang wij niet de onderbewuste intelligentie van de instincten leren waarnemen blijven we onverbonden met Leven zelf, en vertegenwoordigen en voeden een buitengewoon parasitaire constellatie dat het leven berooft van essentiële waarde, het Leven vanuit gewaarzijn. Het Es en het Überich dienen een begeerteprogramma en hebben een speciaal soort beheer nodig dat weet heeft hoe en waarom het zichzelf aan het zoeken is. In dit ontdekken nemen we waar hoe dit Es en Überich zich over ons wezen willen ‘ontfermen’.
Het zich geheel en al aanpassen aan de cultus van het persoonlijke, miskent de werkelijke betekenis en waarde van het onpersoonlijke, de parel van onschatbare waarde. Door het gemis van een bezielde ruimte wordt het gewaarzijn door begeerte verteert en door een Draak gehypnotiseerd zonder zich ooit thuis te weten in het weldadige niets. Wanneer een samenleving zich baseert op een iets zonder het weldadige niets te kennen, dan worden wij vanuit mijn optiek gevangen genomen door de materie, door de vorm. De innerlijke opdracht van werkelijke individualisering, dat vele verschillende ontplooiingsmogelijkheden heeft, vanuit de ruimte waarin met de paradox van het onvergankelijk\vergankelijke omgegaan leert worden, krijgt zo nauwelijks kans.De verouderde zakelijke onderneming als seculier understatement krijgt dan steeds meer macht en weet met het uitzuigen van de levensenergie van de collectieve personae de dienst uit te maken, door alle arbeid en creativiteit op te slokken, als offer en eerbetoon aan de Draak.
Doordat de cultus van het persoonlijke als onsterfelijkheidproject de ‘vrijwillige’ medewerking heeft van de ruime meerderheid is het extreem intelligente en krachtige entiteit dat zich noodzakelijkerwijs op overleven en thema’s als progressie en onsterfelijkheid baseert, en de subtielere en scherpzinniger inzichten van de ziel het liefst buiten de deur houdt.
Als kameleon van de globale ‘hyperslaap’ weet de cultus van het persoonlijke zich te wapenen met militante taal en doet het zich voor als charmante, innemende persoonlijkheid. Dat deze opperste transfigurant er uitsluitend op uit is de talenten en intelligentie van mensen voor zichzelf te gebruiken, lijkt nauwelijks te worden opgemerkt door het gehypnotiseerde en geconsolideerde ‘men’. Dat dit ‘men’ een allround functioneringsbeleid begunstigd ten behoeve van een globaal programma dat uitsluitend materieel begrepen wil worden, lijkt het levensverhaal te willen zijn van een mensheid dat vergeten is wat de essentie van vrijheid is en niet meer weet wat de diepe betekenis van bezinnen en lucide rouwen is. Hoe belangrijk het is om ons relatief onafhankelijk te weten van verlangens en de wereld van de verbeelding kan volgens mij alleen door dit bezinnen en lucide rouwen tot stand komen.
Zich als anoniem geheel kennen
Het lam der vitale levensenergie wordt geofferd aan het imagobewustzijn.
Omdat de cultus van het persoonlijke, de zelfingenomen rol speelt van oneindige expansie en exploitatie, wordt een dierachtig karakter vereert dat als beredenerend brein, de vitaliteit gebruikt om er ‘iets’ van te maken en collectieve rollen voor een materieel verdichtsel inzet.
Zich als anoniem geheel kennen definieert ons werkelijk persoonlijk zijn. Dit is de waarde van het onpersoonlijke, de parel van onschatbare waarde. Als anoniem geheel hebben we geen behoefte aan rollen, al zijn we er bekend mee en kunnen we ze spelen. Als anoniem geheel zijn we volledig onszelf zonder reden en ervaren direct wat ons met elkaar verbindt. Dit is de bezielde waarde van het onpersoonlijke en daarmee van de wereldziel. Zodra deze onpersoonlijke waarde uitsluitend gedefinieerd wil worden door bedrijfsindustriële rolpatronen die een hongerige geest dienen, functioneren we slechts als we mechanische componenten van een globale machine. En alhoewel dit voor velen bevredigend genoeg kan zijn, vertelt het ons niet wat en waar wij werkelijk zijn. Daarvoor dienen we tot rust te komen in eenvoud van het schijnbare niets. Het instinctieve kent een dubbelhartige verwantschap met dit niets en wordt er dikwijls door achtervolgd. Alleen gewaarzijn verwelkomt dit niets en ervaart er de volte van.
Ons authentieke zijn, in de betekenis van het zich als anoniem gebeuren kennen, wordt steeds meer vervangen door een collectieve werktuiglijkheid en holle etiquette. Omdat men daar ergens wel een besef van heeft, kan men zich met van alles gaan ‘voeden’, harder gaan rennen, zich nog ‘rationeler’ gaan opstellen of depressief worden.
Dat collectief functionalisme slechts een deelkarakter betreft, dat niet meer is dan een onderdeel van een groepsgebonden geest dat zich magisch laat bewieroken en mythisch geïndoctrineerd wordt, kan alleen door bewust gewaarzijn beseft en ontspannen worden.Want in het gewaarzijn zelf bevindt zich de heilige graal dat op een en hetzelfde moment geïnterpreteerd wordt als een virtueel materiële zoektocht zonder einde.

Wat we vanuit ons volwaardige zijn ontdekken is dat het westerse begrip van het bewustzijn niet de essentie van ons wezen vertegenwoordigt maar een voorlopig geheel, dat als omvattend gebied het geheel wil voorstellen. De taak van ons ego is om het werktuiglijke karakter te verenigen met een integriteit en vrijheid dat verbonden is met een zich fundamenteel anoniem thuis weten. Pas dan kan de cultus van het persoonlijke zich als representant van het onsterfelijke, zich realistischer verbinden met het vergankelijke.
De ‘hongerige geest’ als archetypisch verbond van het mateloze en ideële kent deze behoefte niet en zal alles op alles zetten om mens en dier aan zich te binden. De cultus van het persoonlijke is als een allround verslaafde dat van het wereldsysteem een roulettetafel heeft gemaakt.
Wanneer het bewustzijn zich als deelkarakter steeds meer met het collectieve ego gaat vereenzelvigen, begrijpt het steeds minder waarom het geen liefde voelt of werkelijke vrijheid ervaart. Als ego doet het van alles, past zich aan, reageert correct volgens de maatstaven van het gemiddelde bedrijf en toch voelt het zich misdeeld en onvervuld. Wat dan niet beseft wordt is dat het ego zich als levenslange verzetsbeweging en geïnteresseerde participant verhoudt tot ingewikkelde magisch\mythische wereld houd dat zelf geen kalmte kent, geen heilige ruimte.
Het construeren van een verabsoluterende matrix waarin onze fysieke, emotionele, conceptuele en sociale functies tot hun recht moeten komen, is altijd van een collectief ego dat in werkelijkheid voor een reflectie van het ongekende leeft. Individu en samenleving zijn momenteel wel heel erg in de greep van de materialistische verbeelding. Omdat vele zaken zo subtiel materialistisch zijn gunnen ze ons geen rust en beïnvloeden zij ons onzichtbaar. Dit is de tijd van grote verleidingen dat getemperd en ontspannen kan worden door een kalme helderheid van geest dat zich als anoniem wezen in alle rust mag ontwikkelen.