|

In gevecht met de drakerige conventie
Zoals we in alle rust en intelligentie kunnen weten, worden we door middel van haast en informatie afgehouden van inzicht in het hoe en waarom van de drakerige conventie. aan de andere zijde van deze stilzwijgende wereld van aanvaarde regels weet een traagheid van geest, de ziel steeds verder in te binden.
Het systeem dat wij animeren buit de existentiële en psychische structuren uit die in hun vele rollen allen even noodzakelijk, verstandig en humaan lijken, maar in eigenlijke zin het gevolg zijn van zichzelf en anderen manipulerende wezens die in hun navolging van een systematische vereende hebzucht, een op hol geslagen werkethos dienen.
Instellingen zoals de staat en banken zijn voorbeelden van corporatieve machten die hun loyaliteit betonen aan een hebzuchtig systeem dat zich met haar miljarden werknemers tegoed doet aan een op amorele op schuld en winst gebaseerde rooftocht. De staat en de politiek doet zich daarbij als moreel verantwoord voor, maar kent als agenda eigenlijk niet anders dan de bevolking geleidelijk verder de afgrond in helpen. Dit is altijd het geval wanneer het bedrijfsleven een bepaald soort winstgerichtheid voor ogen heeft dat weinig met gezondheid en vrijheid te maken heeft. Welvaart is heel wat anders dan welzijn
We zien geweldige prestaties op wetenschappelijk en industrieel gebied naast een farmaceutische industrie en psychiatrie dat zo’n beetje iedereen voor ziek neigt te verklaren en daar de denkbeeldige verklaringen en medicatie voor zegt te hebben. Een systeem dat er bij gebaat is om ons in een wereld van verlangen en tijd te houden kan natuurlijk nooit opgelost kan worden door specialismen en medicatie.
Toch zullen deze specialismen in hun denkbeeldige bewijsvoeringen en op winst beluste idiosyncrasieën ons allen tot onze laatste ademtocht willen ‘helpen’. We worden gevangen gehouden door een allround systeemdenken waarin genoeg specialisten overtuigd, arrogant en egoïstisch genoeg zijn om met hun oplossingen en elixers te komen, die we normalerwijze onze grootste vijand nog niet toe zouden aanbieden. wij leven dan ook in op z'n zachtst gezegd in abnormale tijden.
Doorgedraaid werkethos en geavanceerde brood en spelen en houden ons af van een vrijheid die ons, ons leven teruggeeft, die ongetemde en instinctief gezonde wilde vrijheid. De gezonde draak weet dit, die vrijheid stroomt door zijn aderen, brengt hem in contact met de onschuld, de lucht, de wind en de bomen, totdat hij weer aan de orde van de dag herinnert wordt, de drakerige conventie...

Bezigheidstherapie
In een wereld van oneindige bezigheden, lijkt het alsof de opeenvolging van al deze zaken, de rode draad vormen van ons leven. Allerlei zaken vangen als vanzelf onze aandacht en wij reageren erop. De voortdurende opeenvolging van prikkels houdt geen rekening met het erdoor overladen worden. Bezetenheid is daardoor niet zomaar een gangbaar fenomeen, het is een drakerige topfunctie dat beestachtige effecten heeft.
Deze topfunctie biedt ons het veld waarin een allround bezigheidstherapie ons voortdurend voorhoudt wat blijkbaar moet gebeuren en ons in de 'hyperslaap' houdt.
Gek zijn is blijkbaar zo gek nog niet, zolang het ons maar gelegitimeerd in beweging houdt. Het maatschappelijke systeem is een overdadige prikkelmachine, belichaamd door onszelf. Het gezonde afstand kunnen nemen, wordt overgelaten aan uitputting en toevallige momenten van niets om handen hebben. Maar zelfs dan liggen er prikkelingen klaar om ons te overvoeren.
De wereld van het vele is nooit met ons klaar. Altijd en eeuwig zullen prikkels ons bezighouden en ons tot in de dood willen begeleiden. Zo is onze maatschappij het domein van potentiële zenuwlijders die ons steeds weer ‘aan de orde van de dag’ herinneren. De archetypische mechanismen ervan zorgen vanzelf voor de vele symptomen en geavanceerde bestrijdingsformules.
De utopie van het ruimere en rustiger leven moet door mensen zelf ingenomen worden. Maar wij laten ons steeds weer extravagant beetnemen. Wij reageren voortdurend en krijgen steeds weer reacties terug. Zolang wij deze intensivering van functioneren vanzelfsprekend aanbidden, zorgt het in ieder geval voor genoeg beschaving om de boel draaiende te houden.
Het is van belang om onze Oorsprong, de ruimte ervan, onafhankelijk te zien van de fallische beeldenverering. We kunnen dan beter waarnemen wat onze levensenergie, instincten en rollen overdadig stimuleert.

Electrosmog en gezondheidsklachten
Ik heb zelf wel wat ervaring met de effecten van straling. Ik heb een periode in de buurt van hoogspanningsmasten gewerkt waar ik last had van misselijkheid en een soort druk in mijn hoofd. Ook op een reis in Jordanië had ik een bizarre nacht in een hotel. De gemoedstoestand die ik ervoer was onbeschrijflijk. Op een gegeven moment leek het alsof ik bijna gek werd en wilde weg. Nadat ik me gedoucht en aangekleed had opende ik de gordijnen en ontdekte de oorzaak; een hele tros met elkaar verbonden stroomdraden.
Steeds meer mensen beginnen zich zorgen te maken over institutionele bagatellisering van de negatieve effecten van straling. De verzwakking van ons immuunsysteem door o.a. zendmasten en draadloze telefonie wordt volgens gerenommeerde onderzoekers, bezorgde burgers en ouders van kinderen, stilgehouden.
Terwijl vele nergens last van hebben behoor ik zelf blijkbaar tot de overgevoelige minderheid. Bij eerdere mobieltjes en mijn vroegere DECT telefoon had ik ook een soort ‘hoofdklachten’. Hoewel ik zelf geen hardcore beller ben houdt me ik me allang aan het advies, dat afgelopen week in een Belgische documentaire over draadloze telefonie en zendmasten werd gegeven, om de telefoon zoveel mogelijk van het gezicht af te houden. Spiekertje aan en blah, blah, blah.
Ziekten als chronisch vermoeidheidsyndroom, kanker, suikerziekte, reuma en diabetes worden, net als allerlei neurotische en allergische symptomen en vormen van depressiviteit, oorzakelijk verbonden met hoge doses ‘electro-smog’. Waar in het begin van de vorige eeuw de kans op kanker 1 op 3000 was moeten huidige prognoses van 1 op 4 toch ergens oorzakelijk mee verbonden zijn. En hoewel ik zelf niet zeker ben van die schatting ben ik wel zeker dat straling vele effecten heeft.
In de heksenketel van verschillende partijbelangen is een blijvende hoogspanning tussen bewustmaking en vernieuwde technologieën vereist.

De noodzaak van mensenkennis
Volgens de Stichting Farmaceutische Kengetallen slikken kinderen veel meer antipsychotica dan tien jaar geleden. Van 1998 tot 2010 is het aantal recepten verdrievoudigd tot 131000.
Maar miljoenen mensen zitten aan de antipsychotica! Het gebrek aan mensenkennis en humane behandeling mij al jaren grote zorgen. Medicijnen mogen pas als laatste redmiddel gebruikt worden terwijl zij nu vaak als eerste ‘aangeboden’ worden.
Tegenwoordig is het ‘industrieel psychologische denken’ een collectief vanzelfsprekende praktijk. In mijn ogen vaak als tegenhanger van de rijkdom van de oude psychologie en filosofie. Dat betekent dat mensen evenals de natuur als een ding, ‘het’ of object behandeld worden in plaats van essentieel subjectief gewaardeerd te worden!
Een krachtiger subjectiviteit en kennis, als weerstand tegen ‘objectieve farmaceutische proeftuinen’ en industriële psychologische benadering, moeten de dreiging om het normatieve en formele aan een diabolisch winst denken en onpersoonlijke functionaliteit te koppelen, weerstaan.
Er zijn vele ontwikkelingspsychologische studies en typologieën die het unieke en meervoudige bewustzijn van mensen benoemen en onderbouwen. Deze lagen van functioneren kennen we in vereenvoudigde zin als lichaam, ziel een geest, maar worden door bijv. integrale denkers zoals Ken Wilber veel verfijnder beschreven.
Ook kan ik de studies van A.H Almaas, Gurdjieff’s Vierde Weg en bijv. het boek van Robert A. Wilson Prometheus Rising aanraden. Typologieen zoals het Enneagram (Riso\Hudson, Suzan Zannos), de archetypen van Jung (Jean Bolen’s beschrijvingen van de Griekse goden) geven een goede indicatie van de humane complexiteit van menstypen en lagen van bestaan.
Wij moeten een weerstand bieden tegen de opmars van het onpersoonlijke, uiterlijke en louter functioneel onbezielde. Dan pas zal een subtielere benadering en inzichtelijkheid van het milieu in zijn ruimere betekenis mogelijk worden. Om te beginnen is het noodzakelijk dat we ons zelf wat ruimer gaan waarnemen, om plots te ontdekken dat wij zelf ruimte zijn. Deze ruimte heeft beworteling en bezieling nodig, wij..

Zeus regelt het weer
Zeus staat al sinds jaar en dag voor een patriarchale God. Hij is de grillige God die te vergelijken is met de Bijbelse Jahweh. Bliksem en donder is waar deze God over wil gaan en hij vertegenwoordigd de klimatologische macht over het leven.
Zo was een van zijn kinderen Nicolai Tesla al begin 1900 bezig met weermachines. Nicolai Tesla wilde net zoals andere wetenschappers goed doen. Zo ontdekte hij de mogelijkheid om gratis en zonder vervuiling ´free energy´ te ontwikkelen. Zijn uitvindingen werden al gauw door ‘machtigen’ overgenomen.
De sympathieke en geliefde wetenschapper Dr. Nick Beggich, is een van de specialisten die ons erg veel kan vertellen over zogenaamde 'eikat' installaties waarvan er al zo’n 65 blijken te zijn. Deze installaties vertellen ons dat kernwapens geheel overbodig zijn. Een meer bekende naam voor deze installatie is HAARP.
Wat we van officiële zijde weten is dat HAARP's primaire doel is de bovenste lagen van de aardatmosfeer, bekend als de ionosfeer, te onderzoeken. De ionosfeer bevindt zich tussen de atmosfeer en magnetosfeer, en kent een snelle toename in dichtheid van zogenaamde vrije elektronen. HAARP onderzoekt alle hoofdlagen van deze ionosfeer.
Ook zijn deze installaties in staat om de alfa en bèta staat van ons brein en ons gedrag en spraak te manipuleren. In de VS heeft men al meerdere keren massaal´verzocht´om niet als magnetroninhoud te willen worden behandeld.
Het project maakt het eveneens mogelijk om de weersomstandigheden op de wereld drastisch te beïnvloeden. Verschillende wetenschappers verdenken deze installaties ervan verscheidene aardbevingen en tsunami´s veroorzaakt te hebben. Zo hebben zij in de buurt van de getroffen gebieden bepaalde stralingen gemeten en typische geluiden geregistreerd.
Ook blijken deze installaties levensechte hologrammen te kunnen projecteren. Zeus heeft blijkbaar wat hulp van zijn kinderen nodig om de 'werkelijkheid' een beetje te manipuleren.

Bezielde archetypen
Carl Jung, lange tijd leerling van Freud, ontdekte in het ‘onbewuste’ een betekenisvoller universum dan de dierlijke instincten en de laag seksuele drives. Dit ontzaglijke gebied dat hij het ‘collectief onbewuste’ noemde verbindt het afzonderlijke individu met een mythisch universele grondslag. Het ‘persoonlijk onbewuste’ kan vanuit dit ‘collectief onbewuste’ essentiële grondpatronen en beweegredenen vanzichzelf en anderen, ontdekken.
Door zijn alternatieve ontdekkingen kwam het in 1913 tot en breuk met leermeester Freud. Mede door Jung’s interesse in de mythologie werd de dieptepsychologie enorm verrijkt. De mens wordt bezield door ‘archetypen’. Wij kunnen de dimensie van de archetypen ontdekken door de bestudering van de mythologieën, sprookjes en films die de persoonlijke mythen, evenals die van de conventie onthullen. De verbinding met mythische ondergronden geven ons een wezenlijker inzicht in de dynamica van Freud’s ‘nature’ en het behavioristische ‘nurture’. Het krijgt een ziel.
Een vruchtbare benadering van de menselijke ziel kwam tot leven. Ook kunnen we inzicht krijgen in het maatschappelijk en individuele ‘Procrustesbed’. Zo kan het zijn dat een bepaalde maatschappij een aantal archetypen roemt, en geneigd is andere belangrijke kwaliteiten van mensen, ‘op maat te zagen’ waardoor belangrijke psychosociale inhouden niet tot het collectief bewust zijn doordringen.
De beroemde Joseph Campbell ( 1904-1987) maakte net als Jung een lange en intensieve studie van de mythologie. Campbell herkende deze archetypen als de grondslag van al ons doen en laten. Deze archetypen betreffen o.a. de psychische bouwstenen waaruit de etnische, persoonlijke en maatschappelijke ideeënwerelden uit voortkomen.
Het niet bewust zijn van essentiële archetypen was volgens Campbell een indicatie van het niet begrijpen waar wij zijn en waarvoor wij leven. Het verstaan van het waar verbindt ons met het Transcendente of Wezenlijke Zelf. Het waarvoor verbindt ons met de ‘immanent mythische dimensie’, de archetypische velden die subjectiviteit, wereld en tijdsgeest vorm en inhoud geven.
Het waar en waarvoor moet echter belichaamd zijn. Door lichamelijke bewustwording begrijpen we met welke mythen we te maken hebben. We herkennen dat alle mythen op verlangen gebaseerd zijn.
Hoe houden de vragen, ‘waar wij zijn’ en voor ‘wie of wat wij het doen’ ons in ons dagelijkse leven bezig?

Voorbij mechanische integratie
De invloed van Freud’s onbewuste en het behaviorisme en de natuurkundig orthodoxe benadering van de mens in het algemeen werd door Abraham Maslow naïef genoemd. Het bestuderen en benaderen van de mens als een beperkt en pathologisch wezen is niet genoeg om diens gezondheid te belichten. Maslow wilde zich net als vele ‘transpersoonlijke ontdekkers’ richten op het ‘groeipunt’ en onze ‘metamotivatie’. Freud had zich op interne oorzaken gericht en het behaviorisme op externe factoren. Deze twee gebieden moesten gecombineerd worden en uit het objectivistische gehaald worden. Zo wilde Maslow een integrale mens beschrijven die een soeverein beginsel kent, Zijn.
‘We moeten de gevoelens, verlangens, verwachtingen, aspiraties van de mensen beschouwen als we hun gedrag willen begrijpen’ zei Maslow. Wij moesten volgens hem generalisten zijn en een zekere neutraliteit blijven betrachten. Het combineren van verschillende vormen van kennis zouden ons meer inzicht in onszelf geven dan de meer afzonderlijke specialismen. Maslow pleitte voor een holistische benadering die ervan uitgaat dat het levende betekenisvolle geheel meer is dan de som der delen.
Ondertussen won de beschreven wolf in schaapskleren veel terrein. De verstrengeling van Freud’s inzichten en die van het behaviorisme lieten zich, sterker dan ooit, seculier gelden.
Het complex commerciële denken en de productie van de machtige industrieën die in de jaren tachtig ontzagwekkend versnelde, dicteerden een collectief productie en consumptiegedrag en het geloof in aldoordringend materialisme in woord, beeld en daad. ‘Progressieve beloften’ integreerde een voortdurend versnellende beweging.
Jung en Campbell’s waarschuwingen van het ontbreken van een nieuwe wereldvisie met nieuwe spelregels liep synchroon met het voortdurend van ‘onderaf’ ‘Freudiaans’ en ‘behavioristisch’ bespeeld worden. De dagelijkse praktijk hield ons in de reële schijn van een win-win situatie.
Een collectief dat steeds weer als individu denkt te functioneren maar gezien vanaf de ‘onderkant’ als marionet van machts- en oorlogsgoden afhankelijk is en daar ondertussen gretig van denkt te profiteren, is nimmer vrij.
De ‘wereld op zijn kop’ begrijpen betekende tot halverwege de jaren zestig: het noodzakelijk kwaad leren inzien en tot dan verduren. Men was toe aan Dionysische verlichting.

Herleving van Dionysos en vrouwe Fortuna
Met de ‘derde weg’ begon een humane benadering die tezamen met de bevrijding van rigide structuren en emoties, eind jaren zestig, een omvangrijk therapeutisch gebied opende. De openbaringen van een matriarchale revival aan het begin van de jaren zeventig, van ‘oerschreeuw’ therapieën tot oosterse exotische tradities leidde tot een veelheid paden, utopische ideeën en experimenten met psychedelica.
‘Homo Integralis’, Ken Wilber zag in die ‘revival of the body’ weliswaar een herleving van het lichamelijke en emotionele, maar ‘het daarbij laten’ stimuleerde het narcisme, dat zich nauwelijks met het ‘seculiere web’ bezig hield, en al helemaal niet met het ‘bovenbewuste’ dat door de ‘eeuwige wijsheidstradities’ vertegenwoordigd werd. Pandora’s doos was geheel geopend.
Ondertussen ging de Anglo-Amerikaanse mentaliteit van oppergod Zeus tesamen met de technologie keihard door. De zucht naar macht over het geld, de industrieën, de media, kreeg titanische bijstand die de ‘corporatieve veroveringsmentaliteit’, voorgoed uit de illusie van het ‘dienstverlenende’ wilde trekken. Zijn zoons Mercurius en Dionysos, introduceerde ons in de nieuwe mogelijkheden van vrouwe Fortuna en in de vele hedonistische vormen van ontlading en extase.
Het non dualistisch en boeddhistisch zelfloze perspectief bleek een welkome aanvulling voor de op macht gebaseerde progressieve orden. Middels deze tradities bleken de broodnodige ‘subtielere gevoeligheid’ evenals het inwonen van een ‘gezond kritisch zelf’ gebagatelliseerd te kunnen worden, een aspect waar P.D. Ouspensky van de ‘Vierde Weg School’ al in de jaren 20 op had gewezen.
Dit gegeven werd door ‘ondergrondse’ denkers als Horkheimer, Marcuse en Habermas, middels de ‘kritische beweging’ uitgewerkt. Marcuse zei in 1964; ‘Het experimenteren en spelen met het apparaat is tegenwoordig het monopolie van diegenen die voor de handhaving en uitbreiding daarvan werken. De totalitaire maatschappij neemt het rijk van de vrijheid aan gene zijde van het rijk van de noodzakelijkheid in haar beheer en vormt het naar haar eigen beeld’.
En dit veelkoppig collectivistisch totalitarisme speelde al die tijd al voor god door middel van instinctief, behavioristisch, archetypische gedragingen, die zichzelf steeds ik noemen. Dit alles werd alleen maar veroorzaakt door eenieder te stimuleren. Daar kwam nauwelijks een waarachtig 'ik' bij kijken. Want onze naam kan dan wel legio zijn en met vele tongen spreken, maar wat is het ik nu eigenlijk werkelijk?
Waar het ik voor leeft, heeft alles te maken met zijn geprikkeld worden door 'zichzelf'. Op wat voor wijze hij of zij hierin ‘zichzelf is’ of denkt te worden werd steeds meer overgelaten aan externe bemiddeling die de onbekendheid met zichzelf juist stimuleerde. Want zolang het ik niet zijn ware aard kent, waar werkt hij dan voor?

De weg van het heroische en het al thuis zijn
Een cultuur die zichzelf kan genezen is in wezen een echt humanitaire cultuur
Clarissa Pinkola Estés
De betekenis van het 'heroïsche' en het ‘al thuis zijn’, spreken al sinds jaar en dag tot onze wil en verbeelding. Het zijn symbolen van twee grote verlangens die ons aanzetten tot vollediger mens zijn.
Zo kan het verlangen naar autonomie en handelend optreden, evenals de behoefte aan afzondering en onderscheiding, onderdelen van een gezond heroïsch verlangen gezien worden. De weg van het heroische staat ook voor het levende bewegen en het zichzelf worden, het eropuit trekken en de queeste naar het ongekend onbereikbare. De reis van de held spreekt van het avontuur, het risicovolle, het loslaten en verder gaan. Het is met het vergankelijke bezig zijn, met de tijd maar wil het tegelijk overstijgen. Het is de intelligentie van de vrije wil of de vrijheid, de actieve yang pool, het verre.
Het thuis is een metafoor voor een ten diepste geborgen zijn, thuis zijn, intimiteit, diepe rust en stilte. Het is de omgeving van het ‘Al zijn’ in een vertrouwd en voedend universum dat ook door de omgeving van de baarmoeder gerepresenteerd wordt. Het is in positieve zin de omgeving van zich diep vertrouwd en gevoed voelen en de liefdevolle gelatenheid voor alles wat is. De omgeving van het thuis is de omgeving van kunnen stilstaan, vertrouwen, het verbonden zijn en gevoel hebben voor het cyclische, en het diepe ontzag voor het vergankelijke en het erin mee bewegen. Het is de ontvankelijke intelligentie of het yin of het nabije.
Wij zijn als menswezens gezond als we het heroïsche en het thuis weten te verbinden. Het zit in ons bloed, zweet en tranen. Het zit onze D.N.A.
Het 'held' en het 'thuis' kunnen ook vergeleken worden met God en het Goddelijke, het mannelijke en vrouwelijke, het patriarchale en matriarchale, de vader en de moeder enz. We herkennen het ook als de vorm en de ruimte en het deel\ geheel zijn Al-Tijd, het thuis en de weg van de held(in).

Het onmiddelijke en geïnterneerde
Who wants to get alienated?
Alan Watt
De sympathieke en erudiete Alan Watt, waarschuwde hoe de westerse mens in zijn klopjacht naar ‘het geluk’ verstrikt raakt in zijn reflexen en mechanismen. De mogelijkheid om aan dit gevaar te ontsnappen is volgens hem eenvoudig: er is geen zelf om te beschermen en zeker te stellen.
De menselijke geest is gevangen in een ‘maalstroom’. Daarin loopt hij van zichzelf weg om zichzelf te vinden. Wanneer het bewustzijn dit ontdekt, wordt hij ‘All’: de kloof tussen ik en mij, mens en wereld, ideaal en werkelijkheid wordt geslecht. Paranoia, de geest naast zichzelf wordt metanoia, de geest bij zichzelf en vrij van zichzelf.
Wat betekent religie voor ons? Is onze religie geld, overleven, vadertje tijd, bezit vergaren en het ik daarop funderen? Of is religie het ‘inzien’ en voelen dat al deze tendensen een heilige onschuld willen vernietigen?
Wat betekent wetenschap voor ons? Is wetenschap oneindig ontrafelen, ontleden, afzonderen en benoemen en zich op zogenaamde feiten beroepen? Of is wetenschap het wezenlijke ontdekken dat wij fundamenteel gezien nietsweten en daardoor weten?
‘Ik’ en het psychofysieke zijn beide ‘heel’ wanneer we onmiddellijk beseffen. Er kan pas sprake van ‘afgescheidenheid zijn’ wanneer we dit ‘onmiddellijke beseffen’ en dus ons diepste geweten, vergeten.
Alan Watt zei; ‘Het ligt voor de hand dat de enige interessante mensen, geïnteresseerde mensen zijn, en volledig geïnteresseerd zijn is gelijk aan het ‘ik’ afgeschreven hebben.’ Op hetzelfde moment hebben we te maken met een ‘geïnterneerd’zijn waarin sprake is van vele ‘lekkages’ die ons ‘heel zijn’ onmogelijk willen maken.
Een onmiddellijk geïnformeerd zijn is nodig om het midden dat zich afspeelt tussen inerte gelatenheid, gestimuleerd door seculiere achtervolgingswaanzin, op te heffen. Het onmiddellijke zijn en zien, betekent de integratie van onze ziel en het pacificeren van het mobiliserende door radicale transparantie.

Wat doet ons de das om?
Waarop is de grootspraak van het ‘Yes we can!’ gebaseerd?
Vertegenwoordigt deze stem niet de verering van een bodemloze put dat zich ongebreideld weet te voeden door ons geloof in abstraherende mentaliteiten? Bevestigen deze mentaliteiten niet het mateloze uitbuiten via de ‘achterdeur’?
Zo kwam ik op de das. Met alle respect voor de ware betekenis van welwillende orde, van eer en waardigheid, lijkt de das steeds meer een symbool van verwurgende aanpassing en restrictie te vertegenwoordigen. De das, als excuus voor ons bewogen worden door intermediale afhankelijkheden, leidt ons af van de kritische bevraging van ons lidmaatschap zelf. Onverschilligheid is daarbij een troef!
Is de das een symbool voor een wezen dat zich weliswaar voortbewogen weet door Freud’s instincten maar beheerd wordt door een mensonterend Über-ich? Het is dit wezen dat zich weliswaar volgens de vereisten der sociale aanpassing en reactie gedraagt, maar gelijktijdig de menselijke relatie zwaar op de proef stelt, corruptie stimuleert en…daaraan verdient.
De geïncorporeerde afgoden, marktdenken en amusement stimuleren menselijke onverschilligheid. Onze subjectiviteit, onze waardigheid wordt steeds meer markteconomisch bemiddeld en tijdsgebonden gestuurd. De hypothese dat wij via bureaucratie, geldmiddel productie en consumentisme tot een waardevolle betekenis van ons Leven komen is een drogbeeld.
Onze ‘menselijke identiteit’ moet door de abstraherende ideeënwerelden van industrie, politiek en media heen kijken. Hun ‘diensten en bedelarij’ kosten ons ons Leven. Kritische bevraging van de huidige crisis moeten wij niet overlaten aan elitaire politiek en industrie.
Het desnoods ‘noodzakelijke’ offeren van alle lagen van de bevolking door bepaalde zaken te ‘liberaliseren’ en ons tegelijkertijd conservatief de mond te snoeren, is een markt- en staatseconomisch Über-ich dat ons Es eeuwig hongerig houdt. Deze oerreligie en symbiotische relatie bevestigt een corporatieve anonimiteit, immuniteit en een ‘onpeilbare honger’.
Deze das stimuleert sadistische en masochistische praktijken, systematische uitbuiting via collectieve achterdeuren en sluwe vormen van genocide. Nee, deze das als sekuliere religie gunt ons geen ware soevereniteit en ziel. Het prefereert het corporatieve groepsego dat intussen een globaal etnocentrisme stimuleert dat de werkelijke betekenis van persoonlijk en onpersoonlijk voor zichzelf weet te gebruiken.
Wat is dit zelf nu anders dan een veelkoppige rol temidden van een beeldenrijk? Is dit zelf voorbij dit beeldenrijk niet meer of minder dan een ongekend geborgen ruimte waarin men zich ten diepste verbonden weet met het leven?

Machtspraktijken zijn vrijheidsspelen.
De Franse postmodernist Michel Foucault ontdekte in de Helleense oudheid een levendige vrijheidspraktijk waarin wij slaaf noch tiran zijn, onderworpen noch overheerst worden. Deze praktijk belichaamt een waardigheid die zich bovendien weerbaar op kan stellen ten opzichte van omgevingsfactoren en geïnstitutionaliseerd collectief belang.
De christelijke ethiek echter, baseert zich op het afzien van een zelf. De ander bepaalt het morele blikveld. De zogenaamde ‘liefdevolle’ zorg en gerichtheid op de ander heeft als keerzijde het ‘verzaken’ van de zorg om zichzelf. Dit ‘moreel goede’ (in essentie onze gezonde krijgsdrift en weerbaarheid) werkt in onze moderne samenleving door als een neiging tot algehele zelfverzaking uit monde van het ‘grote goed’, een uiterst dubieuze zaak.
Daar komt bij dat wij de erfgenamen zijn van een seculiere traditie die wetten buiten zichzelf als basis voor moraliteit erkent. Hoe kan zelfrespect dan de basis vormen voor moraliteit? Deze omgeving castreert de eigenmachtigheid en bagatelliseert de inhoud van een volwaardig zelf. Het institutionaliseert het zelf door er het belang van de ander of het ‘andere’ voor in de plaats te stellen. Wie of wat is deze andere, en op wat voor wijze representeert deze de gezondheid van de wederkerige relatie?
Foucault herkende een dubbele betekenis van de ascese. In het Christendom zijn de ascetische praktijken gericht op het leren afzien van het eigen zelf, waardoor een beloning van buitenaf of van een ongeziene wereld verwacht wordt. In de Helleense opvatting van culturele en sociale vorming is de ascese gericht op het verwerven en beoefenen van meesterschap over zichzelf. Hierin herkennen we de waarde van de gezonde geïnformeerde eigenmachtigheid, de aanvaarding van de eigen sterfelijkheid en de onvermijdelijkheid van de dood.
Hierin krijgt het subject een morele eigen verantwoordelijkheid, macht en mondigheid toebedeeld die specifieke kennis en informatie vereist. Het geeft ons het intelligente lichaam terug, waardoor een menswaardig discours van machtsverhoudingen en vrijheidsspelen gestimuleerd wordt.

Wij zijn het intermediaire wezen van de oerruimte, het evenwicht zoekende principe dat zich al bewegende tussen het actieve en passieve, het immateriële en materiële wil vinden. Hierin kent de ziel zichzelf als meest authentiek. De rest betreft materiële verafgoding dat via levensenergie, instincten en gemoed, de ziel in de wereld van ‘concrete verstrooiing’ houdt.
Dit ‘concreet heimelijke’ dat de ziel gebruikt voor secundaire verlangens, is in beginsel onschuldig en noodzakelijk, maar als ‘eeuwig vervolgens’, een alleseter zonder ziel. De voor mij interessante wijsheidsleraar G.I.Gurdjieff stelde, dat de nadruk van deze onbezielde praktijk slechts ‘voeding voor de maan’ is.
|